besluitvorming

Molyneux’s vraagstuk op de zondagmiddag.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet. Dat is al ingewikkeld en moet je gaan zoeken. En dan kan iedereen zien. Stel dat je niet kan zien, kan je dat spel niet spelen. En als je niet kon zien en net een oogoperatie hebt gehad en wel kan zien, hoe goed ben je dan in dat spel?

Leestijd: 2 minuten. Nut: niet te snel denken dat je weet wat een ander kan denken.

Stel iemand is blind en heeft in zijn leven voorwerpen leren kennen door die in de handen te nemen. De voorwerpen zijn een bol en een kubus bijvoorbeeld.

Als de persoon na een oogoperatie kan zien. Kan die dan de bol en de kubus herkennen door ernaar te kijken? Dus zonder de bol of kubus aan te raken?

Wat denk je. Neem er even de tijd voor.

Gevallen waarin mensen blind zijn en dan kunnen zien zijn heel uitzonderlijk. Dus dit probleem dat Molyneux in 1688 bezig hield is niet vaak in de praktijk getest kunnen worden. Toch is het een paar keer gelukt dat onderzoek toedoen en is de vaststelling dat men de bol of kubus niet kan herkennen, niet kan benoemen.

Zou het zo zijn dat de blinde de bol en kubus kon herkennen door er naar te kijken, dan moet dat kennis zijn geweest die al in de persoon zat. Kon die het niet herkennen, dan is de kennis die je verwerft met kijken iets anders dan kennis door iets aan te raken en moet je wat je ziet van kennis voorzien, een andere soort kennis dan bij voelen.

Relevantie voor besluitvorming

Het kan een wat ver voorbeeld zijn geweest, maar het punt dat ik wil maken is dat je mensen moet helpen jouw standpunt te leren zien en daar betekenis aan te geven. Jij bent al een tijd bezig met het besluit dat genomen moet worden, jij hebt het probleem en het besluit al aangeraakt zou je kunnen zeggen. En je hebt een beeld van hoe de oplossing eruit zou kunnen zien en welk besluit dan nodig is. Maar de ander is nog niet zo ver. Die is als een blinde die wellicht het probleem heeft aangeraakt, maar daar verder geen beeld bij heeft.

Jip en Janneke versie uitleg:

Pieter de technieker: Pieter komt bij de bakker en legt uit dat bij hem thuis hij brood snijdt met een los mes. 1 mes, zo een met van die karteltjes en stevig handvat. En dat die dan met het mes zo een 12 tal keren in zijn handen neemt om het hele wit brood te snijden. 

Maurice de bakker: ‘Awel, natuurlijk dat gaat zo, en wat vond je van de smaak van het brood?’

Technieker: ‘(gaat niet op de vraag in) Ik denk nu aan niet 1 mes nemen maar 12 en tegelijk dat te doen.’

De bakker: ‘Zie het nut daar niet van in, als het brood maar gezond en lekker is.’

? Hoe kan nu gesneden brood uit een snijmachine gaan ontstaan?

Afgelopen donderdag hadden we het over Emotionele Besmetting en hoe dat besluitvorming kan beïnvloedden. Dit is een klein voorbeeld hoe die besmetting, iets overdragen op een ander, niet zal werken. En als je dat weet kan je er iets mee doen. Schets het beeld van de toekomst na je besluit en herhaal dat veel op verschillende momenten op verschillende wijze. Zo neem je de blinden mee in het land van de ziener.

Rudolph

Zondag 2 mei 2021

Zin om verder te lezen?

Molyneaux en zijn 2e vraag

Hierboven is de eerste vraag beschreven. Die hij erna stelde was of de voormalig blinde toen die de bol en kubus zag dacht dat die aangeraakt konden worden. Hier gaat het over perceptie en actie. Twee zaken in besluitvorming van groot belang. Denk er eens over na, als iemand iets niet kan herkennen/benoemen wil die dat in actie schieten? Ik denk van niet, het is veel te onbekend en gevaarlijk dan.

Het experiment verder, kan logica helpen?

Situatie

Dus een blinde, voelt een bol en een kubus. Kan weer zien, dan is de vraag of die persoon de bol en kubus kan herkennen zonder die aan te raken. We zeiden van niet.

Stel dat…

Stel dat je die persoon informatie geeft over hoe een bol en kubus eruit zien. Zou die persoon dan wel via de weg van logica de bol en kubus kunnen herkennen/benoemen?

De gedachte is van wel. 

Wat betekent dat voor besluitvorming? Of educatie?

Naschrift: dit is wat Leibniz verzon en uitdacht omstreeks 1765. Bergen leeswerk over te vinden. Kern van het argument is dat op het ‘conceptuele niveau’ men wel mee kan zijn. Dus door logica een brug kan maken wat die nu kent en de nieuwe situatie die gekend wil worden.

Naschrift

De aanleiding van dit stukje is het boek dat ik las genaamd ‘De geheugen fabriek – hoe herinneringen vormen en hoe herinneringen ons vormen.’ van Veronica O’Keane. Zij is psychiater en hoogleraar in de psychiatrie aan het Trinity College Dublin. Ze onderzoekt een erg interessant onderwerp, namelijk subjectieve ervaringen van patiënten en hoe deze vertalen naar de pathologie in hersen- en lichaamssystemen. Nog interessanter voor me is dat ze dit ook onderzoekt bij kinderen, hoe die systemen veranderen bij tegenspoed bij kinderen. Veel pleegkinderen die ik kon ‘bestuderen’ hebben daar iets van/mee.

Ook onderwerpen uit het boek die ik ooit zal gebruiken: de snelle route die geur heeft naar je brein. Susumu Tonegawa en valse herinneringen na onderzoek van algen. Of het collectieve geheugen (culturele geheugen) van de Franse socioloog Maurice Halbwachs.

Categories: besluitvorming

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s