ITA tijd – Instituut voor Talen Amsterdam

De afkorting ITA stond voor Instituut voor Talen Amsterdam. Het was een opleidingsinstituut voor mensen die op korte tijd, twee tot zes weken, een taal wilde leren. Dat konden alle talen zijn die in de wereld gesproken werden en aangeleerd in vier tot zes weken. Soms korter soms langer. Het was vrijwel altijd voor zakelijke gebruik. Omdat de opleiding erg duur was, lag dit alleen weggelegd voor directie leden of belangrijke mensen voor firma’s zoals Heineken, IBM, etc.

ITA - visitekaartje Rudolph Regter directeur

Ik moet 20 zijn geweest toen ik zo een stukje papier kreeg en kon uitdelen. In die tijd was zo een visitekaartje belangrijk, en gaf met een titel erop een soort van status. Als je 20 bent vond je dat toen nog belangrijk…


ITA – Maandagochtend – een verhaal

Als je op de vroege ochtend door Amsterdam fiets, vanaf Buitenveldert naar de centrum kom je de vroege werkers tegen. En een paar zaakjes die je koffie verkopen. Toen nog niet in ‘take-away’, maar gewoon in een kop met schotel, uit een grote kan. Vanaf dat ik twintig was fietste ik de route van huis in Buitenveldert naar het Rokin. Elke dag in de vroege ochtend. En ben sindsdien van de ontluikende ochtenden in een stad gaan houden.

Wanneer was dit? In je jaren 1980. Ik was toen begin twintig. Mijn eerste werkkring. Directeur van een taleninstituut.

Inleiding, maandag, de start van taalonderwijs aan directeuren

De maandag ochtend was speciaal in de jaren dat ik bij het Instituut voor Talen (ITA) werkte. Dat waren de ochtenden dat de nieuwe studenten begonnen met hun cursus. De ene maandag konden dat drie studenten zijn, maar ook wel een tiental op een andere maandagochtend.

En iedere student kwam dan zijn docent ontmoetten, dus dat was een grote drukte om de student te laten kennis maken met de docenten en dat rustig in te leiden. Deze mensen moesten soms voor vier tot zes weken met mekaar gaan samenwerken. Steeds spannend. De docent was op zijn eigen terrein, en had in ons taleninstituut een kamer die haar of hem was toegewezen om te gaan werken, les te gaan geven, aan de student. Maar de student kwam hier pas voor tweede keer. De eerste keer om met mij te praten over waarom het taal onderricht nodig was en wat de student ging doen daar ergens in het buitenland. Onzeker over of die wel een studie aankon en onzeker over wie de docent was. Een belangrijke stap vaak voor de studenten, die een topfunctie hadden in hun firma en nu werden uitgezonden naar een ander land om daar hun rol te nemen. Vaak om een firma op te zetten, een project te starten of ontwikkelingssamenwerking vorm te geven.

De maandagochtend begon ik altijd vroeg, vroeger dan anders, dus ten laatste om half zeven was ik op kantoor dat was gelegen op het Rokin 113. Om zeven uur kwam de vriendelijk schoonmaakster die direct me een koffie kwam brengen als de koffieautomaat was opgewarmd. De koffieautomaat die met muntjes werkte die ik de rest van de week veel ronddeelde. Mijn bijdrage aan de klanttevredenheid…

Na een kop koffie en luchtige bijpraat, nam ik de papieren kaarten, die op A5 waren en in een bak stonden, door waar de naam van de student op stond en de naam van de docent en de hoeveelheid lessen die de student kwam nemen. Dat kon lopen van een week, voor een opfriscursus, tot zes weken om een taal echt goed te leren. Ook de taal dus en de hoeveelheid privélessen die de student kon krijgen. De docent zou die kaart deze maandagochtend ophalen en daarna steeds de tijden invullen die er les waren gegeven, dan wist ik wat we moesten uitbetalen aan de docent.

En dan even voor acht begon het. Het start moment dat docenten zich aan de balie aandiende, de kaarten bak bekeken en hun kaart eruit haalde. Dan naar boven gingen naar de koffiekamer om te wachten op de student.

Ontvangst van studenten, elke maandag soms wel vijftien.

Als de student arriveerde nam ik die apart, heette die welkom en deed een referentie aan het intakegesprek dat we gedaan hadden met een korte introductie over de docent. Dat gesprek had vaak plaatsgevonden enige weken voor de start van de cursus. Wat tijd was nodig, want het was druk en soms werden talen gevraagd waar we niet direct een docent voor hadden. Bahasa Indonesia werd veel gevraagd, ook Swahili en zo meer talen waar toen niet veel docent zomaar voor te vinden waren.

Dan liepen we naar boven, stelde ik de twee aan mekaar voor en dan gingen de twee naar boven naar een van de vele leslokalen. En daarmee was de kous af voor dat moment. Spannend wel of er een klik was. De studenten waren steeds mensen van een behoorlijk hoog bedrijfsniveau, de cursus wat veel te duur voor de gewone medewerker…. En tja, die mensen waren nogal wat gewent.

Wie waren de docenten?

Prachtige combinaties heb ik zien gebeuren. Van de Spaanse docenten, uit Mexico, die erg gay waren en enorm in de smaak vielen bij vrouwelijk studenten. Gay zijn was in die tijd, we spreken rond de begin jaren 80, niet heel gewoon bekend of geaccepteerd. En dus nog een soort van speciaal. En ook nog uit Mexico, passioneel Spaans leren spreken. Voor sommige studenten kon het niet beter zijn.

Of de docent Engels die zo uit hartje New York kwam en alles uitstraalde waar je aan dacht als je aan New York dacht. De stad die je kende van de tv-series…. Hank K.

Of de prachtige docente uit Nieuwe Zeeland, die zo mooi was dat elke student wat dagen tijd nodig had om zich comfortabel te voelen. Nikki.

Of Pete R., de docent Engels die het op zijn Londen’s aanpakte. Zijn uitspraak was dat de Nederlanders die kwam om Engels te leren je beter in de eerste les kon afbreken, volledig late voelen geen normaal woord Engels te kunnen, en dan rustig weer op te bouwen.

Mevrouw Risakotta voor het Indonesisch.

De docent Russisch, een taal waar toen nog niet veel vraag naar was. De docent die me eens meenam naar een receptie van de Russische ambassade, heel geheim…

Wat over de studenten

De studenten kwamen van IBM, om hun Engels bij te spijkeren. Of van Heineken om ergens een bierbrouwerij te starten. Of van buitenlandse zaken om ergens ontwikkelingswerk te gaan doen. Engineers voor waterbouw. Drillers die Nederlands kwamen leren om op de gasboor platformen of olieplatformen van de NAM te gaan werken. En zo kan ik een lange lijst maken van de top honderd firma’s in Nederland die bij ons klant waren. En als directeur van het instituut sprak ik met al die mensen dagelijks. Mensen die me aankeken als ‘wat moet die knul van 21 hier doen?’, maar gaandeweg me het gesprek gunde, gewoon omdat ik de directeur was, speciale dingen kon regelen, leuke borrels voor de deur organiseerde en zo meer.

Omdat het niet goedkoop was, vrijwel altijd managers van de hogere, wat we nu zouden noemen, C level.

Als je het omrekend naar Euro’s is het erg goedkoop… ik moet nog eens uitzoeken hoe dat zit…

Hoe ontstaan

Hier moet ik eens nog wat meer over schrijven. Het taleninstituut werd opgericht door Herbert Nico Munk, dat was de volledige naam. Herbert mochten zijn vrienden hem noemen. Meneer Munk was de standaard aanspraak titel. In die tijd en nog in die kringen was dat zo gewoon.

Het verhaal gaat dat die op een cruise boot werkte en daar de mensen bezig hielt, met evententen, danspartijen en ook educatief werk, zoals talen leren. Zijn vrouw, een buitengewoon speciaal en fijn, attent en vriendelijk iemand was zijn partner en zou de start hebben gegeven voor dit taleninstituut. Om haar man aan de wal te houden zou je kunnen denken.

Het pand

Bron: beeldbank stad Amsterdam


Een gewone werkdag

De maandag verliep dan in de ochtend in stilte die pas weer verbroken werd rond de lunch tijd. Studenten en docenten gingen de deur uit om ergens wat te eten. Hadden docenten geluk en een student te hebben met een ruime onkosten rekening dan werden dat ruime lunches, in die tijd waren er nog restaurants te vinden die in de middag open waren. Dat was ook het moment dat ik even een korte vinger aan de pols kon houden bij de studenten over hoe het wat gegaan die ochtend.

De middag werden de studenten in het talen lab gezet. Hokjes met bandrecorders, waar ze naar zinnen in de te leren taal gingen luisteren en die zinnen moesten naspreken. Dat werd opgenomen en dat gingen ze dan zelf naluisteren om te horen of het ergens op trok, die uitspraak van ze.


Luisteren naar de taal. Op maandag en woensdag avond

De maandag avond en woensdag avond waren we ook open. Voor de echt gemotiveerde studenten, of studenten die niet een paar weken bij ons les kwam volgen, maar slechts een paar uur les per week namen. Die deden dat na hun werk en dan was een avond open zijn erg passend voor ze. Lange dagen maakte ik dan. Maar had in de avond ook veel plezier in de gesprekken met deze studenten.

talen lab met bandjes luisteren 2

Op de dag en in de avond zaten studenten te luisteren naar banden waarop de taal die ze kwamen leren ze voorlas uit een boek. Dat spraken ze dan na, en zo oefende ze de uitspraak.

Als de maandag voorbij was wist ik dat een aantal studenten weer voor een paar weken bij ons zouden zijn. Dat er vriendschappen werden gemaakt hier in ons gebouw. Dat er studenten waren die in een hotel in Amsterdam waren en zo wat ver van huis soms eindelijk vrijheid voelde, of zich heel alleen in een grote stad. Als ik naar huis fietste was ik daar blij mee en had een voldaan gevoel verschillende wielen aan het draaien gezet te hebben. En te weten dat over en paar weken ineens een mens kon binnenlopen die grappen met ging uithalen in vloeiend Spaans of in het Bahasa Indonesia’s. Maar daarover later meer.

Het fijnste moment, de borrels op de vrijdag

Als het vrijdag was, dan was iedereen blij dat de week voorbij was. Lange dagen om te studeren, voor mensen die dat niet gewend waren. We plaatste ons dan voor het pand en namen wat drankjes en spraken in vele talen door mekaar heen. Op kleine stoeltjes met uitzicht op het Rokin.

Roken kon gewoon, ook binnen

ITA - Lucifers

Lucifer doosjes deelde je uit.

ITA - Lucifers 2

Werving in de Industieele Groote Club. Zie daarvoor elders.

Banden op een spoel, via een bandrecorder

De studenten konden kiezen uit banden, grote spoelen die ze dan plaatsten op een bandrecorder in hun cabine. Met een koptelefoon op hoorde ze het geluid en met een microfoon namen ze hun eigen stem op. Die luisterde ze dan daarna af, om zo hun uitspraak te controleren. Een uitvinding die was gedaan in de 2e wereldoorlog zo denk ik, toen men vele soldaten in grote aantallen een taal moesten leren.

Bandrecorder dus…

Native speakers als docent

We maakte er een punt van dat de docenten uit het land kwamen waar de taal gesproken werd. Docenten die het als moedertaal hadden geleerd. De gedachte was dat deze docenten zo meer de nuance van de taal konde aanleren. Niet alleen de taal wat betreft geluid, maar ook de mimiek die daarbij hoorde. Daar heb ik later veel werk van gemaakt, om naast de taal ook de culturele aspecten aan te leren.

Want de zin uitspreken is een ding, maar alles wat daarom heen zit, de intonatie, de gezichtsuitdrukking etc, was net zo belangrijk dacht ik.

Boekhandel

Het ITA was ook een boekhandel. We verkochten veel boeken en daar namen we dan ook een percentage op. Een zeer winstgevende business. Zelf heb ik daar ook veel plezier van gehad, ik kocht mijn leesboeken aan via de boekhandel en had zo dus bijvoorbeeld de complete werken van Vestdijk tegen iets van 25% korting.

Rudolph Regter

Versies Eerste versie 10nov21, update 1 maart 2022

Promotie

Deze Herbert Munk was een kei in het promoten van zijn firma. Hier een artikel dat uitkwam in de Telegraaf.

Herbert Nico Munk - Ellas huiswerk Telegraaf artikel
Herbert Nico Munk – Ellas huiswerk Telegraaf artikel

ITA – visitekaartje

ITA - visitekaartje Rudolph Regter directeur

Dit was het eerste visitekaartje dat ik in mijn loopbaan heb gekregen. Daarna volgde er nog iets van twintig meer. Allemaal met soms opgeblazen titels.

Ik zal net 21 zijn geworden toen ik met deze papiertjes rondliep. En daar wat trots op was. Ze waren ook wel nodig, want zo een jong gastje die dan al interviews afname van managers die een taal moesten gaan leren… dat was niet zo gemakkelijk. Je zal maar directeur zijn van een Heineken brouwerij en een brouwerij in Indonesië moeten opstarten. Dan ben je een belangrijke meneer. En moest je dan aan een 21 jarig gaan vertellen wat je achtergrond was, waarom je Bahasa Indonesia moest gaan leren en hoeveel tijd je daarvoor had…? Ja dus, want ik wat de directeur die bepaalde of we dat wilde doen, met welke docenten en in hoeveel tijd.

En je naam met alle voorletters….

Waarom dat was weet ik niet goed meer. Je voornaam gebruiken was niet de gewoonte zoals dat nu wel het geval is. En men sprak mekaar aan met de familienaam en u en meneer. De wat nette manier van eerst weten of je mekaar mag ‘tutoyeren’.

En een managing director, wat is dat voor iemand.

Awel, dat is de directeur die de dagelijkse dingen doet. Later hebben we dat geschrapt denk ik en werd dat managing eraf gehaald. Los daarvan was is toen bezig te zien of ik het instituut kon overnemen. Ik was toen 25 of zo maar besloot dat niet te doen. Deels omdat ik verdrietig was omdat de relatie met A stopte, deels omdat ik nooit een voldoende had gehaald voor mijn talen. Communiceren zo dacht ik toen is leuk, maar daar je hele leven mee bezig zijn in een andere taal… tja, niet helemaal mijn ding dacht ik zo.

Vaste telefoonlijnen

Natuurlijk viel je op dat er sprake is van vast telefoonnummers. Grappig wel. Ook plezierig, want als je naar het kantoornummer belde nam er altijd iemand op. Nu moet je soms tig mobiele nummers bellen voordat je iemand aan de telefoon krijgt.

En de locatie was schitterend, het Rokin in Amsterdam. Midden in het centrum, dicht bij alles dat plezier kan geven. En stoeltjes voor het pand in de zon met drankjes in je hand en spreken met studenten en docenten die van alle windstreken van de wereld kwamen. Vele talen kon je horen spreken.

Versie lente 2024


Advertenties

Tig jaren later die zien is erg grappig

Uit 1985

Uit 1986

Uit 1988


Memories – het bureau waar ik aan werkte

Het bureau had een mooi houten bovenblad, de rest was ook van hout, maar het bovenblad straalde wijsheid uit. Je kon zien dat de hoofdredacteur van Het Financieele dagblad er aan had zitten werken. Het stond zo op de 1e verdieping van het Rokin 113 in Amsterdam waar de redactie van het blad ooit gevestigd was. Het moet een mooie tijd hebben gehad dat bureau toen. Het stond naast een open haard, die afgewerkt was met ijzer met daarin het logo van het Het Financieele dagblad erin. Het is nooit in de open haard beland, terwijl in de 2e wereld oorlog er toch nood aan warmte moet zijn geweest.

Het bureau kwam van de eerste naar de begane grond en beetje een degradatie. Maar werd daar wel het bureau van een directeur. De directeur van een taleninstituut, die met veel plezier aan dat bureau zat te werken, soms met een secretaresse aan de andere kant.

Dat was je nog niet verteld, maar inderdaad het bureau had twee kanten, met aan twee kanten laden in het tafelblad en in de twee kastjes die aan weerzijde stonden onder het blad. De directeur koos altijd uitzonderlijk mooie secretaresses uit, heb eigenlijk nooit naar hun voeten gekeken, maar die voeten hadden vast een goede plek daar onder het bureau soms vast wat botsende met de voeten van de directeur.

En met de tijd van het taleninstituut, kwam er een extra dimensie aan het blad. De directeur rookte namelijk redelijk constant. En het ritueel van de sigaret aansteken was eigenlijk de kern van zijn roken. Een sigaret, zonder filter, uit het pakje kloppen door aan de onderkant de pietsen met je wijsvinger, een sigaret sprong dan uit het pakje. Zorgvuldig in je vingers nemen, dan het ene eindje op de nagel van een vinger laten rusten zo wat het losse tabak eruit kloppen. En dat herhalen met de andere kant. En dan opsteken. En een diep zucht nemen van genot.

…helaas dat duurde dan niet lang. Een trekje, even wat praten en dan ging de sigaret vaak half opgerookt in de asbak… awel, dat wil zeggen op het randje van de asbak… en dat ging dus vaak niet goed, de sigaret ging zijn eigen leven verder doen… verder op het hout van het bovenblad van het bureau. Een serie aan brandgaatjes maakte het bovenblad daarmee een uniek exemplaar.

Alle talen

Het bureau leerde in zijn tijd vele talen, want aan het eind van de dag als de studenten hun privelessen hadden gehad, mocht de directeur wel een biertje open doen en zijn studenten en docenten uitnodigen. Die kwamen van vele windrichtingen en net zoveel talen. En de studenten waren vaak belangrijke heren die zich klein voelde omdat ze de taal nog niet konden spreken, maar zich daarbuiten altijd erg belangrijk vonden. En steeds moesten wennen ook op een bureau te mogen zitten en bier drinken en wat roken.

Emmy Sleeuw was zo een secretaresse. Woonde bij de directeur om de hoek in het Gooi en had een hoog ‘ik ben sjiek maar ook lekker’ gehalte. Ze rookte met de directeur wat af. En moet soms ook op het bureau gesignaleerd zijn, maar alleen het bureau weet dat.

Een poetsbeurt zal er elke week in voor het bureau, met olie die wat vettig was en een tijdje moest indrogen. Jaren heeft het bureau dat gekregen, tot ver na dat het bureau zijn plek in Amsterdam inruilde voor een plaats in Antwerpen. De olie maakte van het bureau steeds een pronkstuk.

Beschermde

Het bureau zag vast met verdriet aan dat het taleninstituut ging vertrekken. De jonge directeur ontfermde zich over het bureau, het bureau had deze jonge knaap geholpen vanaf zijn 18e om zich staande te houden. Staande in gesprekken met hooggeplaatste heren die een taalcursus kwamen doen en deze jonge snaak moesten vertellen waarom ze dat dat gingen doen, wat ze wilde leren, naar welke plek op de wereld ze gingen en zo meer. Dit omdat deze jonge directeur het belangrijk vond naast de inhoud van wat geleerd moest worden er ook een passende docent bij te vinden. Een cursus volgen van soms wel zes weken gaf veel druk op het contact met de docent. Dat was essentieel voor studiesucces. Maar tja… wie gaat een 20 jarige zijn doopzeel vertellen als je met auto met chauffeur komt voorrijden? Het bureau hielp dan om wat afstand en status te verlenen.

Verhuizen dus, de jonge directeur ging naar het zuiden van Amsterdam en nam het bureau mee, dat veel te groot was voor zijn appartement, maar tja de jonge directeur was gehecht aan het bureau. En de zondag was nog steeds het moment van de rituele poetsbeurt met houtwas. Daar maakte het bureau veel mee. Feesten waar de brandweer op af kwam. Gekkigheid met mensen uit Brazilië. Vrijpartijen wachtende op de twaalf uur van het jaareinde en dan het punt maken.

Oud bureau, naar oudste pand van stad

Het bureau was blij toen de volgende verhuizing werd ingezet, terug naar het stadscentrum. De Paleisstraat werd de nieuwe plek, met uitzicht op de Dam, meer centraal kan je niet vinden. Deze keer ook met een open haard. Het was sjouwen om het bureau omhoog te krijgen via de smalle trappen tot aan de tweede etage. Daar was ook een open haard, erg vreemd als je de brandveiligheid in gedachte neemt van een pand van hout in het midden van een grote stad.

Wat zat in de lades?

Er waren drie lades die vast zaten aan het bureau blad. Een grote in het midden en twee aan de zijkanten. Typisch een plek voor rechts de pennen en zo, links wat zaken als nietmasjien en in het midden, briefpapier en enveloppes en postzegels. Postzegels zijn de oude versie van een email server. Die noemde we toen de PTT post. De ladekasten aan weerzijden konden veel bergen. Sloffen sigaretten of sigaren. En zaken die je niet snel gevonden wilde hebben.

Van Amsterdam naar Antwerpen

Moet dat mee? Dat moeten vele hebben gedacht toen ze een enorm bureau naar beneden zagen komen, dat dan ook nog mee moest naar Antwerpen. Maar alee, dat moet dan maar. Het bureau kreeg een plek in een enorm grote woonkamer. Met uitzicht op de hoofdburelen van een grote bank in België. Daar voelde het bureau zich vast op zijn gemak. Net zoals zijn jonge directeur. Hmm… zo jong was de jonge directeur niet meer. Nog wel steeds directeur, maar wat zit er eigenlijk in zo een titel nu eigenlijk? Als je maar zo een bureau hebt! Het bureau was een tijd ook de kledingkast van L, een secretaresse van de directeur die tijdelijk bij de directeur kwam wonen. Gewoon omdat ze van huis weg wilde en niet uitgehuwelijkt wilde worden. Dat heeft een paar maanden geduurd, tot er boze ooms en zo voor de deur stonden en de secretaresse besloot maar te verhuizen.

Muren met stift, plafond met balonnen.

De niet-meer-zo-jonge directeur dacht een feest te geven voor zijn mensen. Een kok werd ingehuurd die ter plaatse zou gaan koken voor iets van 40 mensen. Tafels werden geplaatst en het hele plafond werd onzichtbaar door de met helium gevulde ballonnen. Een feest was het tot de vroege uurtjes… en de muren waren vol geklad met stift, want bij dansen hoort natuurlijk ook wat uitroepen van vreugde. Die kan je in de lucht zetten, maar op de muur schrijven veel leuker. Pffff. Wat zal het bureau hebben afgezien…

Rode kamer

In Rusland hebben ze het vast een rode kamer. En natuurlijk in het betere bordeel. Maar of dan ook de vloer rood is, dat moet nog eens onderzocht worden. In elk geval kent de gemeente Antwerpen een rode kamer. Te vinden waar de niet-meer-zo-jonge directeur te vinden is. En daar kwam het bureau te staan. Nog steeds elke week gepoetst met nu bijenwas. En dan een paar uurtjes wacht tot dat ingetrokken was.

Afscheid

Het bureau moest wijken voor kinderen die kwamen plaats innemen. Het bureau werd opgehaald door iemand in België die een tekst schrijf firma had. Een waardevolle plek voor dit bureau. Vond het een vorm van fijn dat het werd opgehaald met zorg door de andere directeur en twee vriendelijke meisjes. Ik zei nog eens een verhaal te maken over het bureau. En voilà, hier is het verhaal.

Zit herinnering aan dingen?

De nu-oude directeur vond dat verdrietig dat het bureau weg ging. Maar hangen aan oude zaken, hij had ook geleerd dat zijn erfenis niet in spullen zit, maar in de gedacht van de mensen om hem heen. Hij had al afscheid genomen van een heel mooie stoel, zo een met oren. Ook een stoel die vele verhalen vertellen kon. Nu ging het bureau dat vele verhalen kon vertellen weg.

En bleef de oude directeur over om zelf verhalen te vertellen.

Tot een volgend vertelsel.

Rudolph

Opgedragen met diepe gedachte van dank voor wat hij me leerde aan Herbert Munk.

Ook: Het bureau werd soms wel wat onheus gebruikt.


Wat losse plaatjes nog

Create a website or blog at WordPress.com

Up ↑