Profiel van een docent

Hieronder wat kreten rond wat mensen of organisaties vinden dat een leraar, een docent zou moeten of kunnen doen. Op deze site geplaatst om een link naar materiaal te hebben als ik met collega docenten spreek over de rol opvatting van hun werk. Dus ter inspiratie.

Heb in 2017 een filmpje gemaakt over hoe mijn gedachten over wat leren is en hoe onderwijs inmekaar gezet kan worden en hoe men daar door de jaren heen naar keek.

Hoe Rudolph naar onderwijs keek in 2017

Reader – De geknipte leraar

1. plant en bereidt de lessen goed voor om goed te kunnen lesgeven

b.v. zoekt op, maakt en verzamelt materialen, maakt een jaarplan op met de doelstelling die hij wil bereiken, werkt samen met collega’s, werkt toetsen en werkbladen uit

2. creëert een geschikte leeromgeving en zorgt voor een gesmeerde klasorganisatie

b.v. zorgt voor onthaal, maakt afspraken, leidt de praatronde, richt de klas gezellig in, treedt op tegen plagerijen, zorgt voor afwisseling, geeft opdrachten die kinderen aankunnen, moedigt aan en waardeert, zorgt voor orde en tucht, geeft zinvol straf

3. geeft goed les

De kleuterleider houdt rekening met zijn lesvoorbereiding, maar speelt soepel in op de reacties van de kleuters. (b.v. inspelen op gebeurtenissen, ontwikkelingspelletjes spelen, kleuters observeren)

De onderwijzer streeft zijn lesdoelen na met een maximale kans op slagen. (b.v. leert de kinderen leren, verbanden zien, samenvattingen maken, probeert uit ieder kind het beste te halen)

De leerkracht secundair probeert zijn leerlingen zelfstandig te leren leren. (b.v. maakt goede afspraken, zorgt voor een aangename sfeer, herhaalt leerstof, probeert verschillende werkvormen uit, leert leerlingen informatie opzoeken, kristisch denken, zelfstandig werken)

4. brengt noodzakelijke leefregels, sociale vaardigheden, waarden en normen bij

kleuterleider b.v. leert met mes en vork eten, gezond eten, beleefd praten, opletten in het verkeer, eerlijk zijn, respect opbrengen voor het milieu, niet liegen, jas aantrekken; de onderwijzer b.v. leert de elementaire regels van de beleefdheid, hygiëne, gezondheid, veiligheid, leert kinderen omgaan met moderne media; de leerkracht secundair b.v. brengt burgerzin en beleefdheid bij, leert samenwerken, een eigen mening formuleren, geeft inspraak, houdt klasgesprekken over hedendaagse problemen

5. begeleidt de kinderen

De kleuterleider verzorgt de kleuters: b.v. reservekledij, broeken, pampers vervangen, kleuters wassen, opsporen, signaleren en bestrijden van luizen, troosten

De onderwijzer heeft aandacht voor de persoonlijke behoeften en problemen van elk kind: b.v. bouwt aan een vertrouwensrelatie, luistert, gaat in op emotionele problemen, werkt kinderen bij na afwezigheid wegens ziekte

De leerkracht secundair begeleidt de leerlingen individueel en in groep: b.v. neemt deel aan klassenraden, maakt tijd om naar leerlingen en ouders te luisteren, zorgt voor inhaallessen, begeleidt leerlingen die moeilijk leren

6. beoordeelt de leerlingen en zichzelf (om zijn eigen werkwijze bij te sturen, de leerlingen te motiveren en bij te sturen waar het fout loopt)

b.v. vult observatiefiche in, houdt heen-en-weer-schriftje bij, stuurt zijn eigen lesmethode bij, test en informeert de leerlingen over hun resultaten, motiveert en waardeert

7. zet zich in voor de school als organisatie (draagt bij tot de goede werking en uitstraling van de school en biedt de kinderen maximale ontplooiingskansen)

b.v. denkt mee over de visie van de school, draagt bij tot de goede werking van de school, werkt mee aan het schoolwerkplan, betrekt ouders, organiseert het schoolfeest, vervangt collega’s

8. communiceert vlot en overlegt met het schoolteam

b.v. woont personeelsvergaderingen bij, overlegt met collega’s, bespreekt probleemleerlingen met collega’s, vakoverleg

9. onderhoudt contacten met ouders

b.v. oudercontacten, open klasdagen, afspraken met leesmoeders, ouders ondersteunen

10. onderhoudt goede contacten met externe instanties

b.v. contact met buurtwerking, PMS-centrum en Medisch Schooltoezicht, logopedist, bedrijven

11. doet administratieve taken

b.v. maakt jaar- en dagplannen, lesvoorbereidingen, bereidt activiteiten voor, houdt gegevens over de kleuters of leerlingen bij en past ze aan (leerlingendossier, kindvolgsysteem)

12. zorgt voor eigen bijscholing (om bij te blijven met de actualiteit en het eigen vakgebied)

b.v. wisselt ervaringen uit met collega’s, volgt cursussen, leert omgaan met nieuwe media, volgt pedagogische studiedagen

13. begeleidt stagiairs en beginnende collega’s

b.v. geeft voorbeeldlessen, speelt informatie door, staat hen met raad en daad bij

ZIJN KWALITEITEN

In de eerste plaats is de leerkracht een goed vakman. Hij beheerst zijn vak als kleuterleider, onderwijzer, leerkracht wiskunde, praktijkleraar. Hij schrijft bijvoorbeeld correct Nederlands, bezit een brede kennis, kan met moderne technologieën om, weet welke les hij moet geven, wat hij met de kinderen moet bereiken Maar om te kunnen bereiken wat van hem wordt verwacht, moet een leerkracht over een aantal vaardigheden, persoonlijke eigenschappen beschikken. Dat noemt men binnen de functiebeschrijvingen de competenties van de leerkracht.

De kleuterleider, onderwijzer of leerkracht secundair

1. is leerling- of kindgericht. Hij kan zich inleven in hun leef- en denkwereld en speelt daarop in. (b.v. maakt tijd om te luisteren, kent de voornamen, aanvaardt het kind zoals hij is en geeft schouderklopjes)

2. is geduldig. Hij gaat rustig en beheerst om met kinderen en hun ouders, ook in moeilijke omstandigheden. (b.v. legt het goed uit, zoekt verschillende manieren om iets duidelijk te maken, houdt rekening met het tempo van de kinderen)

3. is relatiebekwaam (b.v. voelt aan als er problemen zijn, laat kinderen uitspreken, gaat makkelijk een gesprek aan)

4. is teamgericht. Hij kan met anderen samenwerken aan eenzelfde doel. (b.v. weet wat andere leerkrachten geven, is bereid conflicten uit te praten, overlegt met collega’s)

5. is flexibel. Hij staat open voor andere meningen, past zijn gedrag aan nieuwe omstandigheden aan. (b.v. laat leerlingen even uitrazen, durft afwijken van het leerprogramma, kan een geplande les vervangen door een andere, speelt in op de reacties van de leerlingen)

6. heeft organisatietalent (b.v. stelt een duidelijk doel voorop, plant, geeft de leerlingen verantwoordelijkheid, houdt rekening met onvoorziene omstandigheden)

De kleuterleider

7. is vernieuwingsgericht (ontwikkelt steeds nieuwe werkvormen en didactisch materiaal)

8. is sociaal ingesteld (heeft oog voor wat gebeurt in de wereld veraf en dichtbij)

9. heeft observatievermogen (ziet als er wat scheelt met een kind)

10. geeft geborgenheid (geeft de kleuter een gevoel van veiligheid)

11. is creatief (kan telkens opnieuw de aandacht van de kleuter prikkelen)

12. heeft gevoel voor verantwoordelijkheid (waakt over de veiligheid en gezondheid van de kinderen)

13. is enthousiast

De onderwijzer

7. is vernieuwingsgericht (ontwikkelt steeds nieuwe werkvormen en didactisch materiaal)

8. is kritisch tegenover zichzelf (wil zijn eigen aanpak in vraag stellen)

9. heeft observatievermogen (ziet als er wat scheelt met een kind)

10. gelooft in eigen kunnen (straalt zekerheid en autoriteit uit)

11. is betrokken (zet zich volledig in)

De leerkracht secundair onderwijs

7. is pedagogisch gedreven (geeft gevarieerd, boeiend en vernieuwend les: b.v. zorgt voor verschillende werkvormen, humor, legt verband tussen theorie en praktijk)

8. is kritisch tegenover zichzelf (wil zijn eigen aanpak in vraag stellen: b.v. durft toegeven dat anderen het soms beter weten, stelt hoge eisen voor zichzelf, kent eigen sterktes en zwaktes)

9. is sociaal voelend (is echt geïnteresseerd in het kind: b.v. laat ook de zwakkeren aan het woord, maakt ook buiten de lesuren tijd voor zijn leerlingen, heeft begrip en staat open voor andere ideeën)

10. is positief ingesteld (zet zich enthousiast en op een positieve manier in: b.v. gelooft in de zin van onderwijs, geeft graag les, laat zich positief uit)

11. is authentiek (is steeds zichzelf in denken en doen: b.v. maakt klare afspraken, is eerlijk en rechtvaardig, is echt en niet vals, roddelt niet, geeft toe iets niet te weten)