Rubric

De rubric van Strategisch Management is opgesteld met de Studiegids in gedachte. De rubric is gemaakt door het docententeam en die doen hun best een goede calibratie te doen, dus af te stemmen wat wie vindt wat betreft niveau, uitleg etc. Hieronder een link naar de rubric en een uitleg van hoe Rudolph’s die Rubric leest. Vraag me er steeds naar als je er vragen bij hebt.


Rubric – En RR’s gedachte

Inleiding – algemeen voor alle vakken in het 3ejaar.

Strategisch management is een opleiding op NLQF niveau 6. Dat is een formele organisatie en een formele benaming en inschaling. Het zegt: dat de Context van Kennis, Vaardigheden en Toepassen van kennis moet gebeuren in ‘Een onbekende, wisselende leef- en werkomgeving, ook internationaal.’

In dat licht moet je dan ook de gehele rubric lezen. De invulling van je werkstuk moet bij deze context passen. Dus het vraagstuk gaat onbekend terrein op. Het terrein is niet statisch maar wisselend en werkt in op je privéomstandigheden (reflectie etc) en je werk en ideaal gesproken heeft internationale aspecten.

Definitieve Rubric per 1 september 2019

Als hulp voor mijn studenten heb ik een richtsnoer gemaakt: heb de final rubric genomen die op Natschool staat, daar de kolom voor ‘competent’ uit genomen en daarachter mijn gedachten gezet. Staan hieronder. Daar zijn geen rechten aan te ontleden, het assessment is naast kennis, ook vaardigheid en gedrag en wordt afgenomen wellicht niet door mij. Maar geeft je een kompas, een richtsnoer van je denken aan hoe je portfolio producties eruit kunnen zien.

Rubric schrijft:

Je bent in staat om de huidige strategie van de organisatie (impliciet of expliciet) te analyseren en om een oordeel uit te spreken over de mate waarin de strategie op lange termijn (5-10 jaar) bijdraagt aan de continuïteit van de organisatie en/of het creëren – en behouden van een houdbaar concurrentievoordeel en/of het behalen van de maatschappelijke doelstelling van de organisatie, gegeven de (mogelijke) ontwikkelingen in de omgeving.        

RR’s gedachten:

‘Analyseren’ is o.a.: welke van de tien soorten strategie uit Strategie Safari is het; waarom is het daar; hoe kwam dat zo; waar zitten de concurrenten in organisatie soort; welke fase van volwassenheid is de organisatie of welke vervolg ontwikkeling te verwachten; wat voor soort CEO en investeerders zijn er, hoe nu, hoe ontwikkelen, wat is te verwachten; welke mate van digitale transformatie zit de firma; welke vorm van innovatie kende de firma en industrie, hoe was dat georganiseerd, hoe in toekomst; welke antwoorden op de kritische denken vragen heb jij en je firma;

‘Oordeel uit te spreken’ is o.a.: met welke bril kijk jij, dus: wie ben jij, welke voorkeur voor strategie heb jij; welke planning voorkeur; welke fase zit je zelf in digitaal; hoe kijk jij naar de markt;

‘mate’ is o.a.: zit er investeringen potentieel in de markt; wie zou mogelijk geïnteresseerd zijn; welke risk/reward zit daar dan aan;

‘Bijdraagt’ beschreven in financiële en niet financiële elementen (people, planet, profit)

‘Concurrentievoordeel’ beschreven in waarde voor de klant en in licht van krachtenspel, waardecreatie firma en fase in digitale transformatie.


Rubric schrijft:

A. Je identificeert de belangrijkste ontwikkelingen die leiden tot de strategische uitdaging.
B. Je bent in staat aan te geven voor welke stakeholders deze uitdaging van belang is.
C. Je bent in staat aan te geven wat de impact van de belangrijkste ontwikkelingen is op het bedrijfsresultaat.

RR’s gedachten:

  • Ad A: Voordat je tot een vraag bent gekomen heb je ruime analyse gedaan, zonder direct naar oplossing te gaan. Hoe je een wicked problem zou aanpakken. En je verteld met wat je gedaan hebt. Te denken is aan: DESTEP maken, manieren van strategische kijken toepassen.
  • Ad B. Je maakt een stakeholder analyse en krachtenveld. Verteld me uit welke theorie je dat hebt gehaald, wat je gedaan hebt voor de inschatting van de stakeholder in zijn krachtenveld. Deed je interviews, analyseerde je notulen van vergaderingen, etc.
  • Ad C. Ideaal zou zijn als je door middel van systeem thinking dit kan uitleggen en op schrift stelt. Of lees het boek ‘Het boek waarom’ van Judea Pearl, UCLA-professor en gebruik daar logica van.

Rubric schrijft:

A. De gekozen opties zijn voldoende passend bij de context van de uitdaging die de organisatie heeft.
B. Er is voldoende keuzemogelijkheid (tenminste 3 opties), die tot verschillende uitkomsten (voor verschillende belanghebbenden) leiden.

RR’s gedachten:

  • Ad A. Passend kan van alles zijn. Denk dus niet alleen in planningslogica, of maak niet alleen een proces re-design of reorganisatie plan. Waneer denk ik dat iets passend is? Als het past bij de firma zijn budget, competentie slagkracht, de instelling van de CEO, support van raad van commissarissen, externe ontwikkelingen, en zeker de wensen van klanten en daarin ook de latente wensen die je door middel van onderzoek naar boven hebt gebracht.
  • Ad B. Spreekt voor zich.

Rubric schrijft:

A. Er zijn criteria benoemd op basis waarvan een keuze gemaakt kan worden en geprioriteerd kan worden. 
B. Een financiële onderbouwing is voldoende aanwezig, welke voldoende rekening houdt met de aanwezige onzekerheden.

RR’s gedachten:

  • Ad A. Let me uit hoe besluitvorming in de firma nu gaat. Hoe jij besluitvorming kan beinvloedden en hoe daarin jouw stuk past. Zie eventueel materiaal rond besluitvormings processen. Ook redelijk wat literatuur over te vinden.
  • Ad B. Dus een kosten/baten analyse. Met de winstbijdrage. En risico matrix en eventueel acties die je per risico zou kunnen gaan doen.

Rubrics schrijft:

A. De mate waarin activiteiten gespecificeerd zijn.
B. . Zijn er voldoende overige middelen beschikbaar in de geplande periode?

RR’s gedachten:

  • Ad A. Project plan met Chantt chart.
  • Ad B. Onder andere dingen als kritische pad, fall back scenario, etc.

Rubric schrijft:

A. De gekozen methoden zijn passend bij de onderzoeksvragen. 
B. De betrouwbaarheid en validiteit van het onderzoek is toegelicht.
C. Keuzes zijn gemaakt aan de hand van een bepaalde theorie of methode.

RR’s gedachten:

  • Ad A. Bekend neem ik aan.
  • Ad B. Bekend neem ik aan.
  • Ad C. Bekend neem ik aan.

Rubric schrijft:

Je hebt met de meeste stakeholders en met enkele deskundigen regelmatig  contact gehad, hebt zowel informatie gevraagd als gegeven.
Je hebt enkele contacten zelf gelegd, en verder voldoende gebruik gemaakt van aangereikte contacten.

RR’s gedachten:

  • Meeste is meer dan 75%. Enkele deskundigen zijn er zeker drie. Regelmatig is in loop van 20 weken zeker vier keer.
  • Enkele contacten zijn er zeker vijf. Aangereikte contacten, daar gaat RR helaas niet in helpen. Zoek die via andere kanalen.

Rubric schrijft:

Je hebt enkele malen kritisch naar je functioneren gekeken.
Je hebt enkele malen feedback gevraagd op belangrijke ontwikkelpunten
Je hebt enkele initiatieven  genomen om kennis, vaardigheden en  competenties te verwerven.

RR’s gedachten:

  • Enkele malen is de learning log elke twee weken.
  • Enkele malen feedback, is learning logs terug krijgen van RR.
  • Enkele initiatieven genomen, dan denk ik aan: is Mediatheek kennen en de online bronnen. Een event bezocht. Een blog artikel gemaakt. White papers van consultancy firma’s in jouw industrie gelezen.

Rubric schrijft:

Je hebt voldoende zichtbaar rekening gehouden met de vereisten en wensen van belanghebbenden
Er zijn gesprekken gevoerd die voldoende indicatie geven van wat de organisatie verstaat onder verantwoord handelen
Je herkent trends en/of instrumenten die van invloed zijn beschrijft ze.

RR’s gedachten:

  • Tja…. Hier moet ik nog eens over denken en met mijn collega’s spreken, maar informatie eind september.

Rubric schrijft:

Kan een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren en daarbij gebruikmaken van organisatorische structuren en verbindingswoorden. Kan duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen geven over complexe onderwerpen en daarbij subthema’s integreren, specifieke standpunten ontwikkelen en het geheel afronden met een passende conclusie.  Kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder merkbaar naar uitdrukkingen te hoeven zoeken. Kan de taal flexibel en effectief gebruiken voor sociale-, academische-  en beroepsmatige doeleinden. Kan ideeën  en meningen met precisie formuleren. 

RR’s gedachten:

  • Oefen de MECE logica en pyramide opbouw, MOSCOW etc.
  • Even samen met studenten mijn consultancy toolbox doorlopen tzt.
  • Beste tip is: vaak met me koffie drinken en in de kroeg zitten om de fluentheid van je gesprek te oefenen. 😉

Update, extra toelichting van andere collega, die ik zal toelichten op 17 oktober 2019:

Afsluitend

Denk ik dat de Rubric en bovenstaande tekst wat meet- en richtpunten geeft waar je iets mee zou moeten kunnen. Dat aangevuld met mijn opmerkingen tijdens lessen en daarbuiten zou je in staat moeten zijn om redelijk gericht te werken. Dat en het gebruik van learning logs gaat je werk efficient maken denk ik.


Photo by Jaron Nix on Unsplash

Wetenschappelijke artikelen

Mijn collega’s vragen vaak naar wetenschappelijke artikelen als onderbouwing van je portfolio. Denk dat ‘evidence based’ werk belangrijk is niet in de laatste plaats omdat je werkgever wellicht tig euro budget in jouw plan gaat steken, wil die wel weten wat de risk/reward afweging is. En hoe beter met onderzoek onderbouwde planning hoe zekerder die kan zijn.

…..Maar hier zit de adder onder het gras, met Strategisch management en Innovatie leren we dat planning en zeker weten vaak gelijk lopen. Voor mijn zijn wetenschappelijke, peer reviewed, artikelen dus prima. Kijk ook graag naar materiaal dat je uit management bladen kan halen die beschrijvingen geven waarom General Electric niet meer een top bedrijf is, wat gebeurde met Nokia, etcetc. En welke rol had de CEO erin etc.

Om je wat op weg te helpen met wetenschappelijk artikelen, zoek dan naar artikelen die een overzicht geven van de literatuur op vakgebied xyz. Dus bijvoorbeeld over wat er zoal gepubliceerd is rond Strategisch Management. En daar ga je dan linken vinden naar teksten. Als voorbeeld zal ik een blog daarover maken en publiceren op 12 september 2019.


Wat is een Rubric ook weer?

Rubrics zijn geschikt om een product en / of (deel)vaardigheden te beoordelen op kwaliteit en om de manier van werken te beoordelen om tot een product te komen. Een rubric is een analytische beoordelingsschaal en zegt meer dan slechts een enkel cijfer zegt. Het maakt aan leerlingen duidelijk wat goed ging en wat minder goed ging waardoor leerlingen zichzelf nieuwe leerdoelen kunnen stellen.

  • De meest genoemde reden om een rubric in te zetten is om consistentie aan te creëren tussen beoordelingen, wanneer prestaties door verschillende beoordelaars worden beoordeeld, wat bij de Career Academy het geval is. Belangrijk is wel dat docenten dan vooraf ook nog ‘gecalibreed hebben.’
  • Daarnaast maakt een rubric ook voor studenten duidelijk wat er van hen verwacht wordt en wat einddoel is waar ze naar toe moeten. Hiermee vervult het een feed up functie.
  • Ook zou het gebruik van een rubric tijd kunnen besparen bij het geven van feedback aan studenten, omdat het handvatten biedt om specifiek aan studenten aan te geven waar zij staan en wordt het op basis daarvan makkelijker om feed forward te geven.
  • Wanneer een rubric cursus- of vakoverstijgend is, kan daarmee voor zowel docenten als studenten inzichtelijk worden gemaakt hoe hun ontwikkeling door het hele curriculum is, naast hun ontwikkeling binnen cursussen of vakken. (daar is bij de CA nog wat werk te doen….)
  • Daarnaast kan het gebruiken van een vakoverstijgende rubric indicaties geven aan welke onderdelen van het curriculum meer aandacht besteed zou moeten/kunnen worden, wanneer studenten op bepaalde onderdelen systematisch laag scoren. Hier zit ook de secuur relevant bij.
  • Tenslotte kan een rubric een hulpmiddel zijn om op een onderbouwde en transparante manier tot een oordeel te komen over de prestatie van studenten.

OUD TEKST MATERIAAL

Hieronder teksten die ik maakte in de zomer van 2019 toen de definitieve Rubric nog niet bekend was en die ik schreef op de concept Rubric. Mocht je tijd over hebben, lees het dan alleen als je een verdere indruk wil krijgen van mijn denken over de meetlat die de Rubric is en welke verwachtingen ik dan heb.

De manier waarop je het werkstuk maakt is ook belangrijk. De Rubric staat dat bij het onderdeel Professioneel vakmanschap. Herhaal het hier nog eens:

Punt 1: Werkt samen met gelijken, specialisten en niet- specialisten, leidinggevenden en cliënten.

RR’s gedachte hierbij: zoek mensen op buiten je standaard werk en vriendenkring. Ga eens naar een beurs en neem daar visitekaartjes mee van mensen die je sprak.

Punt 2: Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen werk en studie en het resultaat van het werk van anderen.

RR’s gedacht hierbij: Er is een planning die gebruik maakt van de tijd gedurende de lessen, dus niet de ‘5 voor 12 tijd’. Als ik tijd heb en jij niet, verwacht dan niet dat ik tijd heb als jij dat hebt. Mijn sterke advies is op de helft van de cursus ook de helft van je werkstuk te hebben. En aan het begin redelijk snel de structuur van je werkstuk helder te hebben. Voor mijn zullen die moment meetellen bij het assessment aan het eind.

Punt 3: Draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het aansturen van processen en de professionele ontwikkeling van personen en groepen.

RR’s gedacht hierbij: Zie de skills lijn lessen. Hier komt het groepswerk terug. Ik zie je actief participeren in de leergroepen. Hoezeer je wellicht in het begin daar het nut van inziet, maak het leuk en efficiënt. Het hoeven gaan uren en weekend lange vergaderingen te zijn. Stem af en hou de groepsdynamiek in het oog. Me uitnodigen voor informele denk, praat en koffie momenten van de leergroep mag je altijd doen. Eens naar Antwerpen komen om dat daar te doen, nog beter!

Verder nog vind ik Professioneel Vakmanschap ook:

  • – Op tijd in de les zijn. Als later, stil binnen komen, en gaan zitten zonder veel gedoe.
  • – Materiaal bij je hebben: pen, papier, eventueel PC.
  • – Actief luisteren en participeren, of als even geen energie, in de kantine gaan zitten.
  • – Als je eerder weg moet, me dat even te laten weten. Dan kan ik daar eventueel pauze op inrichten.

Dan de specifiek rubric voor Strategisch Management in detail even doorlopen: De Rubric schrijft:

Onderdeel “Positiebepaling (diagnose): analyseren en evalueren van de strategische positie van de organisatie”.

Je bent in staat om de huidige strategie van de organisatie (impliciet of expliciet) te analyseren en om een oordeel uit te spreken over de mate waarin de strategie op lange termijn (5-10 jaar) bijdraagt aan de continuïteit van de organisatie en/of het creëren – en behouden van een houdbaar concurrentievoordeel en/of het behalen van de maatschappelijke doelstelling van de organisatie, gegeven de (mogelijke) ontwikkelingen in de omgeving. 

RR’s gedachte hierbij:

‘je bent in staat’. Hier lees ik dat je zelfstandig in staat bent. Dus met coachwerk van mijn kant erbij, maar wel zelfstandig.

‘de huidige strategie’. Dan heb je dus de huidige strategie in beeld. Dan heb ik wat vragen a) Hoe breng je de huidige situatie in beeld? Vertel me welke mogelijkheden je zag, welke modellen, om dat te doen. En welke koos je en waarom? b) hoe ziet het model er uit? hoe kwam je aan de inhoud van het model, door interviews, of iets anders? Waar ga ik dat vinden? c) welke stakeholders zaten in die strategie?

‘te analyseren’. Hoe zette je jouw analyse vermogen aan. Gebruikte je de methode van de hoeden van Bono, of andere manieren om te analyseren?

‘oordeel uit te spreken’. Welk oordeel heb je? Waarom? Zit in dat oordeel jouw eigen bias en welke dan?

‘de mate waarin….omgeving’. Trends in je industrie. Trens intern in de organisatie. SWOT en dan toegepast. Interne capabilities. Rol van CEO en medewerkers, waar liggen hun capabilities. Visie en mission van bedrijf.

Onderdeel – Strategische opties genereren 

Kwaliteit van de strategische opties

  • Draagt de kandidaat voldoende en relevante alternatieven aan voor de oplossing van de probleemstelling? 
  • Is de kandidaat in staat om vernieuwend te denken?

Toelichting:

‘Draagt de …probleemstelling’ Voldoende = xyz. Relevante = zie uitleg rond verschil causaliteit verband en xyz verband. Oplossing > hoe en waarom is het een oplossing. Wie zegt dat ook?

‘Is de kandidaat in staat om vernieuwend te denken?’. Vernieuwend. Bewijs me a) wat oud denken was bij jou en jouw firma en jouw industrie. Gebruik daarvoor een theoretisch denkmodel, wellicht een die inhaakt op de 10 modellen van strategisch management volgens het boek Strategie Safarie, b) wat zijn denktrends algemeen, bewijs me die met modellen die je hebt van bekende thought leaders, c) wat voor denkwijze hou jij er op na?

Onderdeel – Strategische keuze en advies

Kwaliteit van de gekozen strategische oplossing: 

– Kan de kandidaat goed onderbouwen waarom hij tot de gekozen optiekeuze, de oplossing, is gekomen? 

RR’s gedachte hierbij: goed onderbouwen is met meer dan twee argumenten. En de argumenten staven mekaar, er kan ‘triangulatie’ plaatsvinden. Optiekeuze is meer dan twee opties. De oplossing is een oplossing die door stakeholders geaccepteerd gaat worden.

– Is de gekozen oplossing Suitable, Feasible en Acceptable (SFA) ofwel relevant, realiseerbaar en aanneembaar? RR’s gedacht hierbij: Zie het materiaal bij de SFA. Meer dan genoeg leeswerk hierover.

– Wordt de optiekeuze voldoende financieel en organisatorisch (praktisch-operationeel) onderbouwd? RR’s gedacht hierbij: voldoende financieel is een kosten/baten analyse van meer dan 10 items minimaal aan iedere kant. Zowel kwantificeerbare zaken als niet-kwalificeer bare zaken waar je dus een inschatting van maakt die een vorm van logica heeft. Bijvoorbeeld met benchmarking of bestpractices.

– Financiële onderbouwing: is een business case beschikbaar (rondrekening kosten-opbrengsten-EBIT)? RR’s gedachte hierbij: volg de instructies zoals die er voor bedrijfskunde zijn gegeven. [RR: check even of die er zijn geweest en in welke vorm]

– Heb je de mogelijke risico’s in kaart gebracht en een ‘fall-back optie’ (plan B) uitgewerkt? RR’s gedachte hierbij: Risico in kaart brengen, zie Price2 project methode of andere modellen hiervoor. Volg die en vertel me welke methode je koos en waarom. Plan B is plan B.

Onderdeel – Strategische implementatie

Kwaliteit van het implementatieplan:

– Geeft de kandidaat aan op welke wijze de gekozen oplossing gerealiseerd kan worden? RR’s gedachte: planning, Chantt chart, kritische pad analyse, haalbaarheidsstudie, test gedaan, design thinking, etc.

– Specificeert de kandidaat welke middelen hiervoor benodigd zijn? RR’s gedachte: lijst uit middelen, waarom, welke inzet, wanneer, etc.

– Specificeert de kandidaat of en zo ja, welke organisatorische implicaties hiervoor benodigd zijn? RR’s gedachte: change management model. Uitleg van keuze. Invulling van het model in tijd, resources, middelen, verwachte effecten.

– Vertaalt de kandidaat de activiteiten in een financieel overzicht? RR’s gedachte: zie al eerder genoemd.